Extra oefeningen

Hieronder vind je alle oefeningen die ik heb verzameld op het internet en op het oude platform aangeboden werden. Mocht de cursus je niet genoeg vertrouwen geven dan kun je hier verder oefenen.

Deel 1: Match vraag met antwoord
Oefening A
Uitleg: Sleep de antwoorden rechts naar de juiste vragen met tags links. Klik op het groene rondje onderaan om te zien welke je goed hebt. De fouten antwoorden kun je meteen opnieuw proberen.

Deel 2: Match vraag en question tag
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Sleep de aangeplakte vragen naar de juiste vragen. Klik op het groene rondje onderaan om te zien welke je goed hebt. De fouten antwoorden kun je meteen opnieuw proberen.

Deel 3: Multiple Choice
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies bij elke oefening de juiste tag.

Deel 4: Vul vraag en antwoord aan
Oefening A
Uitleg: Sleep de question tags (eindigend met een vraagteken) naar de juiste vraag links en de antwoorden (beginnend met Yes/No) naar de juiste plek rechts. Klik op het groene rondje onderaan om te zien welke je goed hebt. De fouten antwoorden kun je meteen opnieuw proberen.

Deel 5: Zelf schrijven
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Vul nu zelf de vragen aan met een question tag. Scroll voor oefening E een beetje naar beneden.

Deel 6: Doe de test
Test
Uitleg: Stel je eigen test samen en maak hem om te zien of je alles hebt begrepen.

Deel 7: Meer oefeningen
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F

Deel 1: Kies tussen this, that, these en those
Oefening A
Uitleg: Kies na het invullen van je antwoorden op Check om je antwoorden na te kijken.

Oefening B
Uitleg: Typ je antwoord en klik op Check voor het goede antwoord. Ga via het pijltje naar rechts in het midden van de pagina bovenaan om naar de volgende vraag te gaan.

Oefening COefening D
Uitleg: Na het aanklikken van het juiste antwoord zie je onderaan in het witte vlak of het goed is. Klik op Next question voor de volgende vraag.

Deel 2: Twee leuke speelse oefeningen
Oefening AOefening B
Uitleg: Kijk goed naar de afbeelding. Of het object ver weg van de vraag of dichtbij staat is essentieel voor het goede antwoord.

Deel 3: This/that is en These/those are
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Het gebruik van het juiste aanwijzende voornaamwoord heeft ook invloed op het werkwoord dat je erachter zet.

Deel 4: Nog veel meer oefeningen
Oefening A

Deel 1: Multiple choice
Oefening AOefening B
Uitleg: Kies tussen who en which.

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies in elke zin voor het juiste betrekkelijk voornaamwoord (relative pronoun).

Oefening GOefening HOefening I
uitleg: Soms hoef je geen betrekkelijk voornaamwoord te gebruiken. Kies hier tussen een aantal opties of geen betrekkelijk voornaamwoord.

Deel 2: Maak de zin af
Oefening A
Uitleg: Voeg een betrekkelijk voornaamwoord toe en maak de zin af.

Deel 3: Doe de test (van makkelijk naar moeilijk)
test Atest Btest Ctest D
Uitleg: Maak een test met meerdere oefenvormen en kijk of je de betrekkelijke voornaamwoorden beheerst. Voordat je op Check Answers klikt, lees de 3 punten erboven goed door.

Deel 4: Meer oefeningen (van makkelijk naar moeilijk)
pagina 1pagina 2pagina 3pagina 4pagina 5


Deel 1: Aan de slag
Oefening A
Uitleg: Gebruik het dikgedrukte woord in de bezitsvorm op de open plek.

Deel 2: Multiple Choice
Oefening A
Uitleg: Scroll iets naar beneden voor de oefening. Kies voor ‘S of .
Oefening B
Uitleg: Scroll iets naar beneden voor de oefening. Kies steeds uit drie mogelijkheden.
Oefening C
Uitleg: Klik op het oranje blok dat zegt: Click Here To Take Test. Het zijn 12 vragen. Klik na elke vraag op Submit voor de volgende vraag.
Oefening D
Uitleg: Geef bij elke vier zinnen aan in welke de apostrofs op de juiste plekken staan.
Oefening E
Uitleg: Klik op de 3 ??? om aan te geven of de zin klopt of niet. Klik onderaan op Check om te zien wat je score is. Achter elke zin staat YES of NO om te weten welke je goed en fout hebt.

Deel 3: Bezitsvorm zelf maken of verbeteren
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: In Oefening 1 (part I) doe je het voorbeeld na. Bij oefening 2 (Part II) Kopieer je de zin in de lege balk en voeg je toe daar waar nodig geen, één of meerdere apostrofs.
Oefening D
Uitleg: Kopieer je de zin in de lege balk en voeg je toe daar waar nodig geen, één of meerdere apostrofs.

Deel 4: Woordvolgorde
Oefening A
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door er op te klikken.

Deel 5: Meervoud, Werkwoordafkorting of Bezitsvorm?
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies steeds het juiste antwoord door op het rode bolletje ervoor te klikken. Is het een bezitsvorm + apostrof of een werkwoordafkorting + apostrof? Onderaan vind je de groene knop Show my score! om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 6: Bezitsvorm of Werkwoordafkorting?
Oefening A
Uitleg: De eerste oefening betreft de bezitsvorm, de tweede gaat over het afkorten van werkwoorden. Klik op DONE! om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 7: Oefeningen voor op papier
Oefening A
Uitleg: Schrijf de zin over en voeg toe daar waar nodig een apostrof. Voor de antwoorden klik je onderaan op Go to Answers.
Oefening B
Uitleg: Deze bestaat uit 2 oefeningen. Onder elke oefeningen staan meteen de antwoorden. Niet teveel naar beneden scrollen dus! Bij oefening 1 moet je de regel overschrijven en daar waar nodig een ‘s of ‘ toevoegen. Bij oefening 2 moet je de bezitsvorm gebruiken (met ‘s/’). Voorbeeld: The bike of Kevin wordt Kevin’s bike.

Deel 1: Is het een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord?
Oefening A
Uitleg: Geef aan of het onderstreepte woord een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord is.

Deel 2: Maak van een bijvoeglijk naamwoord een bijwoord
Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Je krijgt een rijtje bijvoeglijke naamwoorden (adjectives) en je zet deze om in een bijwoord (adverb). Bij oefening D zijn er nog 3 hogere niveau’s. Die staan links boven de tabel.

Deel 3: Kiezen, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord?

Oefening AOefening B
Uitleg: De twee mogelijkheden staan er al. Kies het juiste antwoord.

Deel 4: Zelf schrijven, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord?
Oef AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef JOef KOef LOef MOef NOef O
Uitleg: Bij elke oefening staat het bijvoeglijknaamwoord (adjective) los van de zin. Kies voor deze variant of maak er een bijwoord (adverb) van.
Oef P
Uitleg: zet de bijvoeglijk naamwoorden boven de oefening op de juiste plek én maak er daar waar nodig een bijwoord van.

Deel 5: Woordvolgorde, waar zet je het bijwoord in de zin?
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde. Klik, in de juiste volgorde, op de grote zwarte woorden om een goede zin te maken. Klik op undo om je laatste stap te wissen. Klik op Check Answers om te zien of de volgorde klopt.

Deel 6: Oefening bij tekst ‘Niagara Falls’
Oefening A
Uitleg: Vul de lege plekken in met de aangeboden opties; een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord.

Deel 7: Galgje met bijwoorden
Oefening A
Uitleg: Dit is een lastige, maar vooral heel leuke oefening. Je krijgt steeds een zin en een aantal stipjes die staan voor het aantal letters dat het bijwoord moet hebben. Vul daar een geschikt bijwoord en klik op Guess the Answers om te zien of het goed is.

Deel 8: Nog meer oefeningen
Meer oefeningen

Deel 1: Wat zeg je met een bijwoord van tijd?
Oefening AOefening B
Uitleg: Lees de zin eerst door en kies dan voor het juiste bijwoord dat de frequentie (hoe vaak iets gebeurt) aangeeft. Bij oefening B zit een tweede oefening die aansluit bij Deel 2: zet de woorden in de juiste volgorde.

Deel 2: Een bijwoord op de juiste plek
Oefening A
Uitleg: Kies de zin (A of B) waar het bijwoord van frequentie op de juiste plek staat. Druk op het blauwe pijltje dat naar rechts wijst voor de volgende vraag.

Oefening B
Uitleg: Geef eerst aan hoe groot je het lettertype wilt. Klik daarna op de losse woorden onderin om ze in de juiste volgorde te zetten voor een goedlopende zin in het witte vlak boven. Klik op Check om je antwoord te controleren, je krijgt ook meteen een nieuwe vraag.

Oefening COefening DOefening GOefening EOefening FOefening GOefening HOefening I
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deel 3: Van Nederlands naar Engels
Oefening A
Uitleg: Schrijf de Nederlandse zin over naar het Engels. Zorg dat het bijwoord op de juiste plek staat. Klik op Check om te zien of je de vraag goed hebt gemaakt en op pijltje naar rechts om naar de volgende vraag te gaan.


Deel 1: Multiple Choice
Oefening AOefening B
Uitleg: Kies de zin waar de bijwoorden van tijd en plaats op de juiste plek staan.

Deel 2: Zet de bijwoorden op de juiste plek
Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef H
Uitleg: Zet de woorden die je ziet om in een goedlopende zin. Denk na waar je de tijdsaanduider en/of de plaatsaanduider neerzet.

Deel 3: Klikken (nu met bijwoorden van frequentie)” open=”no”]
Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef G
Uitleg: Zet de woorden die je ziet om in een goedlopende zin. Denk na waar je de tijdsaanduider en/of de plaatsaanduider neerzet, maar ook de bijwoorden van frequentie (always, sometimes, never, etc.)


Deel 1: Kies tussen can en could

Oefening A
Uitleg: Kies tussen can en could en vul het werkwoord in dat achter de zin tussen haakjes staat. In zin 1 kun je dus kiezen tussen: Bob can drive en Bob could drive.

Deel 2: Kan ie het of kan ie het niet?

Oefening A
Uitleg: Kies voor de bevestigende zin met can of kies de ontkennende zin met can’t.

Deel 3: Mix and Match

Oefening A
Uitleg: Sleep de zinnen rechts naar de juiste zinnen links.

Deel 4: Kies tussen could en couldn’t

Oefening A
Uitleg: Sleep de woorden onder de oefening naar de juiste zin in de oefening. Controleer je antwoorden door onderaan op de linkerknop te klikken.

Deel 5: Kies tussen can en can’t en tussen tussen could en couldn’t

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Na het maken van de oefeningen klik respectievelijk op Submit Worksheet, Mark Answers of DONE! om te zien of je het goed hebt gedaan.

Deel 6: Vragen met Can

Oefening A
Uitleg: Klik op de woorden om ze in de juiste volgorde te zetten.

Deel 1: Kies tussen can en can’t

Oefening A
Uitleg: Kies voor de bevestigende zin met can of kies de ontkennende zin met can’t.

Deel 2: Kies tussen could en couldn’t

Oefening AOefening B
Uitleg: Sleep de woorden onder de oefening naar de juiste zin in de oefening. Controleer je antwoorden door onderaan op de linkerknop te klikken.

Deel 3: Kies tussen can en could
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Bij beide oefeningen kies je steeds uit can, can’t, could en couldn’t. Succes!

Oefening D
Uitleg: Deze oefening komt van een Spaanse site, but don’t worry. Gebruik in elke zin can of could + het werkwoord tussen haakjes. Als er ook not bij staat moet je zin ontkennend worden; can’t, couldn’t + werkwoord. Klaar? Klik onderaan op Comprobar Respuesta voor je score in percentage. De goede antwoorden worden dan dikgedrukt en het blokje verdwijnt, de rest is fout en moet dus worden verbeterd. Succes!

Deel 4: Kies tussen can, could en be able to
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Kies uit juiste antwoord uit de mogelijkheden die je krijgt.

Oefening I
Uitleg: Gebruik het hulpwerkwoord en het werkwoord dat achter de zin staat in je antwoord.

Oefening JOefening K
Uitleg: Schrijf het juiste antwoord op. Kies steeds uit een combinatie van can of be able to + werkwoord.


Deel 1: Meerkeuze vragen

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies het antwoord dat het beste bij de vraag past.

Deel 2: Wat vraag je met welk werkwoord?

Oefening A
Uitleg: Een lastige oefening. Geef aan welk hulpwerkwoord (modal) je gebruikt en welk type zin het is.
1=uitspreken van mogelijkheid
2=vragen om toestemming
3=toestemming geven
4=weigeren van toestemming
5=verzoeken
Schrijf de antwoorden op papier en klik linksonder op ANSWERS voor de antwoorden.

Deel 3: Wie zou dit zo vragen?

Oefening A
Uitleg: Kies tussen A, B, C en D. Kies de meest geschikte persoon bij de gestelde vraag. Deze oefening heeft alles te maken met wanneer iets formeel/informeel kunt vragen.

Deel 4: Lastige opdrachten

Oefening A
Uitleg: De vragen staan helemaal onderaan de pagina’s. Ze zijn erg lastig. Als je deze beheerst kun je al meer dan dat nodig is.

Deel 1: will + werkwoord

Oefening A
Uitleg: Gebruik will + werkwoord tussen haakjes voor een juiste Future tense.

Oefening B
Uitleg: Gebruik will + de gegeven woorden om een ontkennende zin te maken in de Future Simple tense.

Oefening C
Uitleg: Gebruik will + de gegeven woorden om een vragende zin te maken in de Future Simple tense.

Oefening DOefening EOefening F
Uitleg: Doe de 3 toetsen om te kijken of je het gebruik van will helemaal hebt begrepen.

Deel 2: Present Simple or to be going to

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies steeds tussen will + werkwoord of to be going to + werkwoord.

Deel 3: Present Simple or Simple Future

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies je alleen voor het werkwoord tussen haakjes of voeg je will toe?

Deel 4: Present Simple or Present Continuous

Oefening A
Uitleg: Kies tussen de Present Simple en de Present Continuous om de toekomst te bespreken. Voorbeeld: Class starts at nine… of Class is starting at nine…

Deel 5: Will or Present Continuous

Oefening A
Uitleg: Kies in deze oefening tussen will + werkwoord of Present Continuous. Voorbeeld: I will do my homework tonight… of I am doing my homework tonight…

Deel 6: To be going to or Present Continuous

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies in deze oefeningen steeds tussen am/is/are going to + werkwoord of de Present Continuous. Voorbeeld: I am going to visit… of I am visiting…

Deel 7: To be going to, Present Continuous or Present Simple

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies in deze oefeningen steeds tussen am/is/are going to + werkwoord, de Present Continuous of de Present Simple. Voorbeeld: I am going to visit…, I am visiting.. of I visit…

Deel 8: Will, to be going to, Present Simple or Present Continuous

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies in oefening A, B, C en D uit alle 4 de mogelijkheden (will, to be going to, Present Simple of de Present Continuous. In oefening E uit will, to be going to, Present Continuous.

Deel 1: Present Simple or to be going to

Oefening A
Uitleg: Vervoeg bij deze oefening steeds het werkwoord naar de Present Simple voor de toekomst (vaste tijdstippen). Denk dus aan de s(hit)-regel!

Oefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies steeds tussen de Present Simple voor de toekomst (vaste tijdstippen) en de Present Continuous voor de toekomst (afspraken).Vooral oefening E is leuk (en lastig!)

Deel 1: Will

Oefening A
Uitleg: Gebruik will + werkwoord tussen haakjes voor een juiste Future tense.

Deel 2: Will or to be going to

Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef J
Uitleg: Kies in deze oefening tussen will + werkwoord of to be going to + werkwoord. Voorbeeld: I will do my homework tonight… of I am doing my homework tonight…

Oef LOef MOef NOef OOef POef QOef ROef S
Uitleg: Oefeningen staan onderaan elke pagina. Kies in deze oefening tussen will + werkwoord of to be going to + werkwoord. Voorbeeld: I will do my homework tonight… of I am doing my homework tonight…

Deel 1: Vul het werkwoord in (zonder to)
Oefening AOefening B
Uitleg: Gebruik het dikgedrukte werkwoord tussen haakjes voor je gebiedende wijs. Let op bij oefening B, soms is deze ontkennend. Klik op Check om te zien of je ze allemaal goed hebt.

Deel 2: Woordvolgorde

Oefening A
Uitleg: Zet de woordjes in de juiste volgorde voor een gebiedende wijs (imperative)

Deel 3: Multiple Choice
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies steeds het juiste antwoord uit de mogelijkheden die worden gegeven.

Deel 4: Mix and Match & Geheugentrainer
Oef AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef I
Uitleg: In oefening A, C, D, F, G, H en I moet je de zinnetjes matchen met de gegeven voorzetsels, antwoorden of werkwoorden. In oefening B en E kun je laten zien of je de antwoorden nog herinnert van respectievelijk oefening A en D. Klik steeds op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 5: Best lastig!
Oefening A
Uitleg: Vul de juiste werkwoorden in om de dialoog af te maken.

Oefening B
Uitleg: Zet de verschillende zinnen in de juiste volgorde zodat je een instructie hebt voor het strijken (to iron) van je kleren.

Oefening C
Uitleg: Zet de werkwoorden die los onderaan staan in de juiste zin zodat je een instructie hebt voor het maken van een omelet.

Deel 6: Moeilijk!
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Zet de zinnen, of gegeven woordjes om in een juiste imperative. Ben je klaar? Klik dan bovenaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 1: Gerund

Oefening A
Uitleg: De Gerund lijkt door zijn vorm (werkwoord + ing) wel een beetje op de Continuous tense (to be + werkwoord+ing). Kies in deze oefening tussen de Gerund en de tijd Present Continuous.

Oefening BOefening C
Uitleg: Zet de werkwoorden om in een Gerund.

OefeningDEOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Eén van de regels voor de Gerund is dat deze na een voorzetsel komt. In oefening D, E, F, G en H zijn de Gerunds gegeven, maar moet je het juiste voorzetsel invullen. Bij oefeningen D, E, F en G staan ze in een rijtje en moet je kiezen, bij oefening H moet je ze zelf bedenken.

Deel 2: Het hele werkwoord (infinitive) met of zonder to

Oefening AOefening B
Uitleg: Zet de werkwoorden om in een Gerund.

Deel 3: Gerund or to + infinitive
Oef AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef JOef KOef LOef MOef NOef OOef POef QOef ROef SOef TOef U
Uitleg: Kies steeds uit de verschillende mogelijkheden: Gerund, to + hele werkwoord of alleen een heel werkwoord.

Oefening VOef WOef XOef YOef ZOef A2Oef B2Oef C2Oef D2Oef E2
Uitleg: Elke opdracht bevat zinnen die of een Gerund of to + infinitive (to + hele werkwoord) missen. Typ hier zelf je antwoorden in.

Oef G2
Uitleg: Een aantal werkwoorden zijn gegeven. Komt er na deze werkwoorden een Gerund of een to+infinitive? Kijk nog eens naar de video’s of de PowerPoint.

Oef H2
Uitleg: Doe de minitest met meerdere soorten vragen.

Deel 4: Do the test

Test ATest B
Uitleg: Zet de werkwoorden om in een Gerund.

Deel 5: Voor de experts

Mastertest 1Mastertest 2Mastertest 3Mastertest 4Mastertest 5Mastertest 6Mastertest 7Mastertest 8Mastertest 9Grand Final
Uitleg: Deze oefeningen gaan niet meer alleen om regeltjes, maar ook om context. Vaak zijn beide antwoorden mogelijk, maar één is er het meest logisch. Kom jij er uit?

Deel 1: Kies tussen can en can’t

Oefening A
Uitleg: Kies voor de bevestigende zin met can of kies de ontkennende zin met can’t.

Deel 2: Kies tussen could en couldn’t

Oefening AOefening B
Uitleg: Sleep de woorden onder de oefening naar de juiste zin in de oefening. Controleer je antwoorden door onderaan op de linkerknop te klikken.

Deel 3: Kies tussen can en could
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Bij beide oefeningen kies je steeds uit can, can’t, could en couldn’t. Succes!

Oefening D
Uitleg: Deze oefening komt van een Spaanse site, but don’t worry. Gebruik in elke zin can of could + het werkwoord tussen haakjes. Als er ook not bij staat moet je zin ontkennend worden; can’t, couldn’t + werkwoord. Klaar? Klik onderaan op Comprobar Respuesta voor je score in percentage. De goede antwoorden worden dan dikgedrukt en het blokje verdwijnt, de rest is fout en moet dus worden verbeterd. Succes!

Deel 4: Kies tussen can, could en be able to
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening HOefening I
Uitleg: Kies uit juiste antwoord uit de mogelijkheden die je krijgt.

Oefening J
Uitleg: Een extra moeilijke oefening voor in staat zijn/be able to. Vertaal de Nederlandse werkwoorden tussen haakjes naar de juiste tijd. Kies nu ook voor het verleden (was/were (not) able to) en de toekomst (will / won’t be able to). Succes!

Oefening I
Uitleg: Gebruik het hulpwerkwoord en het werkwoord dat achter de zin staat in je antwoord.

Oefening JOefening K
Uitleg: Schrijf het juiste antwoord op. Kies steeds uit een combinatie van can of be able to + werkwoord.

Deel 5: Meerkeuze vragen can, could, may

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies het antwoord dat het beste bij de vraag past.[/fusion_toggle][fusion_toggle title=”Deel 6: Wat vraag je met de hulpwerkwoorden can, could, may?” open=”no”]Oefening A
Uitleg: Een lastige oefening. Geef aan welk hulpwerkwoord (modal) je gebruikt en welk type zin het is.
1=uitspreken van mogelijkheid
2=vragen om toestemming
3=toestemming geven
4=weigeren van toestemming
5=verzoeken
Schrijf de antwoorden op papier en klik linksonder op ANSWERS voor de antwoorden.

Deel 7: Wie zou dit zo vragen? would / could

Oefening A
Uitleg: Kies tussen A, B, C en D. Kies de meest geschikte persoon bij de gestelde vraag. Deze oefening heeft alles te maken met wanneer iets formeel/informeel kunt vragen.

Deel 8: should of should not

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Mix and match. Klik steeds onder op het groene, ronde knopje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 9: must

Oefening A
Uitleg: Gebruik in elke zin must en leer zo de constructie van een hulp- met een hoofdwerkwoord.

Oefening B
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: Sleep de werkwoorden naar de juiste zinnen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening D
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 10: have to

Oefening A
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening B
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door deze op de stippellijn te plaatsen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: Het verhaal is door de war. Zet de zinnnen van boven naar beneden in de juiste volgorde zodat je verhaaltje wel klopt. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 11: should of must

Oefening A
Uitleg: Scroll naar beneden voor de oefening. Klik op de gele balk met de tekst Check my Test>> om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 12: must of have to

Oefening A
Uitleg: Scroll naar beneden voor de oefening. Klik op de gele balk met de tekst Check my Test>> om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening B
Uitleg: Deze oefening gaat over het verschil tussen iets niet moeten (mustn’t) en niet hoeven (don’t have to). Kies steeds A of B en zie aan de smiley of het kruis of je het goed of fout hebt.

Oefening C
Uitleg: Wellicht veel lezen, maar erg goede oefening. Typ zelf je antwoorden. Je kunt eerst de hele oefeningen doen of je vult er steeds één in en scrollt naar beneden, naar het grijze blokje Check om te zien hoe je het doet.

Deel 13: Alle drie: must, should of have t

Oefening A
Uitleg: Klik steeds op de balk met het pijltje om het juiste antwoord in te vullen. Klik op Score om te zien hoeveel je er goed hebt, op See Answers om de antwoorden te zien en op Start again om het nogmaals te proberen.

Oefening B
Uitleg: Misschien een Spaanse site, maar prima oefening. Klik onderaan op Corrigir om te zien wat je goed/fout hebt. Klik op Ver Solución om te zien wat de goede antwoorden moeten zijn.

Oefening C
Uitleg: Scroll helemaal naar beneden tot je de blauwe balken ziet met de tekst: Check your grammar: error correction en Check your grammar: word 2 word. Beide zijn enorm leuke oefeningen. Vooral de tweede. Veel plezier! 🙂

Deel 14: Kiezen tussen would like to en would love to

Oefening A
Uitleg: Schrijf het juiste antwoord op. Je kunt kiezen tussen would, would like, would love en wouldn’t like. Klik onderaan op DONE voor de juiste antwoorden.

Deel 16: Na would like to of would love to komt altijd het hele werkwoord. Of het nu bevestigende, vragende of ontkennende zinnen zijn.

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies de juiste volgorde van woorden en klik op Check answer voor de antwoorden.

Deel 17: Wanneer kies je like en wanneer kies je would like?

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies de juiste antwoorden.

Deel 18: Mixjes

Oefening A
Uitleg: Kies steeds uit might, must en should.
Oefening B
Uitleg: Kies steeds uit can, could, have to, may, might, must.

Deel 1: Mix and Match

Oefening AOefening B
Uitleg: Zet de zinnen rechts achter de juiste zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 2: Puzzles

Oefening A
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door ze naar de stippellijn te verplaatsen.

Oefening B
Uitleg: Sleep de werkwoorden naar de juiste open (gele) plekken in de zinnen.

Deel 3: Voorwaarde zonder gevolg

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Vul de missende werkwoorden in om de gegeven voorwaarde ook een gevolg te geven.

Deel 4: Gevolg zonder voorwaarde

Oefening A
Uitleg: Zet het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd om het gegeven gevolg ook een voorwaarde te geven.

Deel 5: Kies de juiste werkwoordvervoegingen

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies steeds tussen de Past Simple en would + hele werkwoord.

Oefening C
Uitleg: Kies hier niet alleen tussen de Past Simple en would + hele werkwoord, maar ook het juiste werkwoord dat in de zin past.

Deel 6: Vul de juiste werkwoordvervoegingen in

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H – Oefening IOefening J
Uitleg: Pas de werkwoorden tussen haakjes aan. Kies steeds voor een vervoeging naar de Past Simple en would + hele werkwoord.

Schrijf de hele zin over en pas de werkwoorden tussen haakjes aan.

Oefening L
Uitleg: Gebruik alle woorden en maak er een goedlopende if-sentence van.

Deel 7: would, could en might

Oefening AOefening B
Uitleg: De if-sentence (conditional type 2) voor onwaarschijnlijke situaties kun je ook maken met could en might. Kies de juiste vervoegingen. Weet dat je voor oefening A en B samen maar 1 keer might en 4 kees could moet gebruiken.

Deel 8: Voor de experts

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Deze oefeningen bevat alle 3 de conditionals. Type 0 en 1 zitten niet in bovenstaande uitleg. Denk je toch dat je het al helemaal snapt, probeer dan deze 3 oefeningen.

Oefening D
Uitleg: The end Game. Voor de die hards die nog steeds niks fout hebben. Succes!


Deel 1: Mix and Match

Oefening A
Uitleg: Sleep de zinsdelen rechts naar de juiste zinsdelen links. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening B
Uitleg: Zet de werkwoorden in de juiste zinnen door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: Herinner je nu nog wat je net hebt gelezen? Vul de lege gaten in. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 2: If or when?

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies steeds tussen if of when. Klik onderaan om te zien hoe je het hebt gedaan.
Oefening C
Uitleg: Kies tussen if, when en unless. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 3: Vervoeg de werkwoorden

Oefening A
Uitleg:If en when zijn nu al ingevuld. Oefen nu met de werkwoorden. Klik onderaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 4: Basketballen en ondertussen leren

Oefening A
Uitleg: Kies het goede antwoord en scoor de basket. Voor het verplaatsen van de speler beweeg je de muis. Vervolgens klik je één keer om een schietkruis te zien. Klik met de muis om beide stippen in het midden te krijgen, alleen dan gaat de bal door het netje. Swoosh!


Deel 1: MC, kies het juiste antwoord
Oefening A
Uitleg: Welke zin is de juiste afgeleide indirecte rede van de zin in de directe rede? Het zijn 20 Multiple Choice vragen. Na elke vraag krijg je te zien of je antwoord goed of fout is. Aan het eind krijg je je eindscore te zien en advies om wel/niet meer te oefenen.

Deel 2 Verschillende tijden
Oefening AOefening BOefening C
Reported speech in de Present Simple.

Oefening D
Reported speech in de Present Continuous.

Oefening E
Reported speech in de Past Simple.

Oefening F
Reported speech in de Present Perfect.

Oefening G
Reported speech in de Future Simple (will + werkwoord).

Oefening HOefening IOefening JOefening K
Reported speech in verschillende tijden en constructies. Erg moeilijk!

Uitleg:Elke oefening komt van Perfect English Grammar. Schrijf bij elke oefening de zin over en zet deze in de indirecte rede. Klik achter elke zin op Check om te zien of je het goed of fout hebt en op Show Answer om te zien wat het goede antwoord is.

Deel 1: Multiple Choice?
Oefening A
Uitleg: Kies de juiste digitale klok (door op het hendeltje links er van te klikken) die dezelfde tijd aangeeft als de appelklok.

Oefening B
Uitleg: Kies de juiste tijd rechts die overeenkomt met de klok links.

Oefening C
Uitleg: Breng de man over de brug. Elk goed antwoord is één stap naar rechts.

Oefening DOefening E
Uitleg: Kies de juist uitgeschreven tijd die overeenkomt met de tijd links.

Deel 2: Matching

Oefening A
Uitleg: Sleep de blokken rechts naar de juiste tijd links. LET OP! De onderste tijd links (12:30) moet zijn: 13:30. Anders kom je niet uit met de oefening. Met dank aan Joost en Maurits.

Deel 3: Vul de tijd aan

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Er ontbreekt een stukje uitgeschreven tijd. Vul deze aan.

Deel 4: Tijd uitschrijven
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Schrijf in het Engels hoe laat het is. Schrijf alle getallen uit (vb: 5 = five, 23 = twenty-three).

Oefening D
Uitleg: Eerst meerkeuze vragen, daarna moet je de aangegeven tijd op de klok uitschrijven in het Engels. Schrijf alle getallen uit (vb: 5 = five, 23 = twenty-three).

Deel 5: Moeilijk!

Oefening A
Uitleg: Stel je voor dat het 11:30 is op woensdag 15 mei. Hoe zeg je dan…

Deel 6: Nog meer spelletjes!
Oefening A
Uitleg: Hele leuke oefening. Verplaats de wijzers van de klok zodat de tijd op de klok hetzelfde is als de tijd onderin het gele balkje.

Oefening B
Uitleg: Pas het tempo aan dat de wijzers rondgaan met Adjust hand speed en klik rechtsonder op Start om te spelen. Tijdens het spel gaan de wijzers draaien en is het de bedoeling dat je onder de klok op de knop klik als de wijzers gelijk staan met de uitgeschreven tijd onder de klok.

Deel 1: Korte antwoorden met to be

Oefening AOefening B
Uitleg: Beide oefeningen zijn multiple choice; klik op het pijltje voor de opties. Klik onderaan op Check of Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: In deze moet je de verleden tijd van to be gebruiken in je antwoorden. De mogelijke persoonlijke voornaamwoorden en werkwoordvervoegingen staan al gegeven. Kwestie van kiezen. Klik onderaan op Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening D
Uitleg: In deze moet je de tegenwoordige tijd van to be gebruiken in je antwoorden. Klik onderaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 2: Korte antwoorden met have of have got

Oefening AOefening B
Uitleg: In oefening A gebruik je steeds have of has in je antwoord omdat in de vraag have got wordt gebruikt. In de oefening B moet je opletten of het hoofdwerkwoord have wordt gebruikt of have als hulpwerkwoord met got. Klik onderaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 3: Korte antwoorden met hulpwerkwoorden

Oefening AOefening B
Uitleg: Vul de juiste antwoorden in. Klik onderaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 4: Korte antwoorden op vragen in de verleden tijd

Oefening A
Uitleg: Omdat elke vraag een hoofdwerkwoord kent en in de verleden tijd staat, gebruik je did in je antwoord. Klik onderaan op Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 5: Korte antwoorden op vragen in de Present Perfect

Oefening A
Uitleg: Vul de juiste antwoorden in. Klik onderaan op Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 6: Vragen met hoofd- en hulpwerkwoorden in verschillende tijden.

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Korte ntwoorden op vragen in verschillende tijden. Goed opletten dus!

Deel 7: Maak de vraag en beantwoord hem

Oefening A
Uitleg: Maak van de bevestigende zin eerste een vraag. En geef met een short answer antwoord op de vraag. Klik onderaan op Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 8: Beantwoord tekstvragen met korte antwoorden

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Beantwoord de vragen die horen bij de tekst met korte antwoorden. Eerst lezen dus om het antwoord te weten. Goed voor je leesvaardigheid.

Deel 1: Kies a of an

Oefening AOefening B
Uitleg: Scroll iets naar beneden voor de oefeningen. Klik onderaan op DONE om te zien hoeveel je er goed hebt.

Oefening C
Uitleg: Plaats de zelfstandige naamwoorden in de juiste kolom. Krijgen ze een a of een an ervoor?

Oefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies steeds het juiste voorzetsel.

Oefening GOefening HOefening IOefening J
Uitleg: Schrijf steeds het juiste voorzetsel op.

Deel 2: Kies a, an of niks

Oefening KOefening LOefening MOefening NOefening OOefening P
Uitleg: Kies nu tussen a, an en niks. Soms hoef je geen lidwoord in te vullen, kies dan (/).

Deel 3: Kies tussen a, an en the

Oefening A
Uitleg: Luister naar het verhaal dat wordt voorgelezen en vul de ontbrekende lidwoorden in.

Oefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies uit steeds drie mogelijkheden (a, an, the) en klik onderaan op Check om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 4: Kies a, an, the of niks

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies nu uit alle mogelijkheden: a, an, the of geen lidwoord.

Deel 1: Gebruik een onbepaald lidwoord a/an, het bepaald lidwoord the of niks
Oefening A
Uitleg: Klik op het pijltje rechts naast het witte balkje om het juiste antwoord te kiezen. Klik op ‘Check Answers’ voor de goede antwoorden.

Oefening BOefening C
Uitleg: Schrijf de antwoorden in je schrift. Klik voor oefening B op ‘Go to Answers’ voor de juiste antwoorden. Bij oefening C op ‘Answers’.

Deel 2: Gebruik wel of niet het bepaald lidwoord the
Oefening AOef B – Oef COef D – Oef E – Oef FOef GOef HOef IOef J
Uitleg: Kies steeds of je wel of niet the gebruikt.

Deel 3: Gebruik van the bij geografie
Oefening A
Uitleg: Kies steeds of je wel of niet the gebruikt.


Deel 1: Meer dan dit is het niet..

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies steeds voor like of as. Onderaan kun je klikken op Check (oef A), Grade Me! (oef B), Click here to check your answers (oef C, D en E) of Check Answers (oef F) om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 1: Kinderlijk eenvoudig

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Sleep de woorden onderin naar de juiste kolom; enkelvoud (singular) of meervoud (plural).

Oefening FOefening G
Uitleg: In het blauwe scherm vind je simpele oefeningen, ondersteund met afbeeldingen, die je langs alle regels leiden.

Deel 2: Zet in meervoud

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Zet de woorden links om in een meervoud.

Deel 3: De invloed van een meervoud op het werkwoord

Oefening A
Uitleg: Kies steeds voor There is of There are. Afhankelijk van het zelfstandig naamwoord dat in het enkelvoud of meervoud wordt gebruikt.

Oefening B
Uitleg: Kies steeds voor is of are. Afhankelijk van het zelfstandig naamwoord dat in het enkelvoud of meervoud wordt gebruikt.

Deel 4: Spelletjes

Oefening AOefening B

Deel 1: Wat zijn telbare zelfstandige naamwoorden?
Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef J
Uitleg: Zet de zelfstandige naamwoorden die telbaar zijn (een meervoudsvorm hebben) links en die niet telbaar zijn rechts. Oefening A heeft de makkelijkste zelfstandige naamwoorden, oefening J de moeilijkste.

Deel 2: Kies tussen veel en veel
Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef Gen nog meer oefeningen
Uitleg: Kies tussen much en many.

Oefening AOefening B- Oefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies hier tussen much, many en a lot of.

Deel 3: Kies tussen weinig en weinig
Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies tussen little en few.

Oefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: Kies tussen a little en a few.

Oefening JOefening KOefening L
Uitleg: Kies tussen little en a little of few en a few.

Oefening M
Uitleg: Kies nu tussen little en a little, few en a few en less.

Deel 4: Kies tussen veel, weinig en een beetje/paar
Oefening AOefening B (naar beneden scrollen voor oefening)
Uitleg: Kies voor veel (much, many) of weinig, een beetje (a little, a few).

Deel 5: Alles door elkaar (voor experts)
Oefening AOefening BOefening C (naar beneden scrollen voor oefening)
Uitleg: Nu alles door elkaar. Kies uit much, many, a little, little, a few, few, less, some, any, a en an.

Deel 1: should of should not

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Mix and match. Klik steeds onder op het groene, ronde knopje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 2: must

Oefening A
Uitleg: Gebruik in elke zin must en leer zo de constructie van een hulp- met een hoofdwerkwoord.

Oefening B
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: Sleep de werkwoorden naar de juiste zinnen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening D
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 3: have to

Oefening A
Uitleg: Match de zinnen rechts met de zinnen links door ze te slepen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening B
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door deze op de stippellijn te plaatsen. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening C
Uitleg: Het verhaal is door de war. Zet de zinnnen van boven naar beneden in de juiste volgorde zodat je verhaaltje wel klopt. Klik op het groene rondje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 4: should of must

Oefening A
Uitleg: Scroll naar beneden voor de oefening. Klik op de gele balk met de tekst Check my Test>> om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 5: must of have to

Oefening A
Uitleg: Scroll naar beneden voor de oefening. Klik op de gele balk met de tekst Check my Test>> om te zien hoe je het hebt gedaan.

Oefening B
Uitleg: Deze oefening gaat over het verschil tussen iets niet moeten (mustn’t) en niet hoeven (don’t have to). Kies steeds A of B en zie aan de smiley of het kruis of je het goed of fout hebt.

Oefening C
Uitleg: Wellicht veel lezen, maar erg goede oefening. Typ zelf je antwoorden. Je kunt eerst de hele oefeningen doen of je vult er steeds één in en scrollt naar beneden, naar het grijze blokje Check om te zien hoe je het doet.

Deel 6: Alle drie: must, should of have to

Oefening A
Uitleg: Klik steeds op de balk met het pijltje om het juiste antwoord in te vullen. Klik op Score om te zien hoeveel je er goed hebt, op See Answers om de antwoorden te zien en op Start again om het nogmaals te proberen.

Oefening B
Uitleg: Misschien een Spaanse site, maar prima oefening. Klik onderaan op Corrigir om te zien wat je goed/fout hebt. Klik op Ver Solución om te zien wat de goede antwoorden moeten zijn.

Oefening C
Uitleg: Scroll helemaal naar beneden tot je de blauwe balken ziet met de tekst: Check your grammar: error correction en Check your grammar: word 2 word. Beide zijn enorm leuke oefeningen. Vooral de tweede. Veel plezier! 🙂


Deel 1:Hoe zit het ook alweer met vragen en ontkenningen?

Oefening A
Uitleg:Zet de zeven zinnen om in een goede vraag en ontkenning. Klik onderaan op DONE om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 2: Multiple Choice vragen over Negatieve Vragen

Oefening A
Uitleg:Beantwoord de 10 vragen door bovenaan op de blauwe Start knop te klikken. Klik vervolgens voor een volgende vraag op Next. Na elke vraag krijg je direct te zien of je antwoord goed is.

Deel 3: Zelf maken

Oefening A
Uitleg: Zet achter elke zin de negative question. Klik onderaan op de gele balk met de tekst click here to check your answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 1: Past Simple of to be

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies steeds de juiste vorm van to be in de verleden tijd. Kies steeds uit was of were.

Oefening C
Uitleg: Kies nu niet alleen uit de verleden tijd, maar ook uit de tegenwoordige tijd van to be. Vijf mogelijkheden dus: was/were, am/is/are. Succes!

Deel 2: De voltooide tijd, wanneer gebruik je have of has?

Oefening A
Uitleg: Het derde rijtje (de voltooide tijd, in het Engels de Past Participle) gebruik je altijd samen met een vorm van have. In deze oefening moet je steeds kiezen tussen have en has. Wanneer kies je has en wanneer have bij de Present Perfect?

Deel 3: Regelmatige werkwoorden

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies het juiste werkwoord dat past bij de zin (context). Ze zijn al vervoegd naar de verleden tijd. Let op: Oefening B geeft steeds andere vragen als je de pagina refreshed/opnieuw laadt (druk op F5).

Oefening C
Uitleg: Soms kun je niet zomaar -ed achter een werkwoord zetten voor een vervoeging naar de Past Simple of de Present Perfect. Met deze oefening leer je wat er soms nog meer wijzigt.

Oefening DOefening EOefening FOefening GOefening HOefening IOefening J
Uitleg: Vervoeg de werkwoorden tussen haakjes naar de Past Simple. Let op: het zijn allemaal regelmatige werkwoorden. Makkie dus 🙂

Deel 4: Onregelmatige werkwoorden

Oef AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef JOef KOef LOef MOef NOef OOef POef QOef ROef S
Uitleg: Vul de onregelmatige werkwoorden aan. Maak de tabel compleet.

Oefening TOefening U
Uitleg: Vul de kruiswoordpuzzel in. Geef de verleden tijd (Past Simple) van de werkwoorden onder de puzzel en zet ze op de juiste plek.

Oefening V
Uitleg: Vul de kruiswoordpuzzel in. Geef de voltooide tijd (Past Participle) van de werkwoorden onder de puzzel en zet ze op de juiste plek.

Oefening WOefening XOefening Y
Uitleg: Vul de kruiswoordpuzzel in. Nu met zowel de verleden tijd (Past Simple) als soms de voltooide tijd. Let op: met Past Participle bedoelen ze de voltooide tijd, oftewel het derde rijtje (do-did-done)

Oefening ZOefening A2Oefening A3
Uitleg: Zet de onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd.

Deel 5: Past Simple en Present Perfect/regelmatig en onregelmatig door elkaar

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: In deze oefeningen worden de regelmatige en onregelmatige werkwoorden door elkaar gevraagd alswel de verleden tijd (Past Simple, tweede rijtje) en de voltooide tijd (Past Participle, derde rijtje).

Deel 6: Games om mee te oefenen
Jeopardy
Uitleg: Kies eerst voor hoeveel punten je wilt spelen en geef dan het juiste antwoord op de vragen. Leuk voor met z’n tweeën.

The Wheel of Verbs
Uitleg: Klik op het wiel en roep de verleden tijd (rechts onder) en voltooide tijd (linksonder) eerder dan ze verschijnen. Leuk voor met z’n tweeën. Have fun!

Help the Frog!
Uitleg: Klik steeds op de juiste waterlelie en breng zo de kikker veilig naar de overkant. Say what!?!

A Game of MemoryA Game of Memory 2A Game of Memory 3A Game of Memory 4
Uitleg: Klik op de kaartjes. Match de verleden tijd van een werkwoord met de voltooide tijd. Leuk voor met z’n tweeën.

Listen and Type!
Uitleg: Luister naar het werkwoord. Schrijf deze vervolgens over (links). Geef dan de verleden tijd (midden) en de voltooide tijd (rechts)

Deel 1: Active of Passive?

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Geef aan of de zin in de Active of in de Passive staat.

Deel 2: by of with?

Oefening A
Uitleg: Bij de Passive wordt het onderwerp ondergeschikt aan de handeling. Om deze achteraan alsnog een functie te geven heb je één voorzetsel nodig. Kies steeds uit by of with.

Deel 3: Zonder Past Participle (voltooid deelwoord) geen Passive

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Geef steeds de voltooide vorm van het werkwoord.

Deel 4: De Passive in de Present Simple

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Present Simple Passive.

Deel 5: De Passive in de Past Simple

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Past Simple Passive.

Oefening G
Uitleg: Kies je voor de Past Simple Passive of de Past Simple Active?

Deel 6: De Passive in de Present Continuous

Oefening A
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Present Continuous Passive.

Deel 7: De Passive in de Past Continuous

Oefening A
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Past Continuous Passive.

Deel 8: De Passive in de Present Perfect

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Present Perfect Passive.

Oefening D
Uitleg: Kies je voor de Present Perfect Passive of de Present Perfect Active.

Deel 9: De Passive in de Past Perfect

Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef I
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Past Perfect Passive.

Deel 10: De Passive in de Simple Future

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: Zet de zinnen en dus de werkwoorden in de Simple Future Passive (= will).

Oefening H
Uitleg: Kies je voor de Passive of Active. Gebruik sowieso de Simple Future (= will).

Deel 11: Passive met hulpwerkwoorden
Oefening A
Uitleg: Alle zinnen hebben een hulpwerkwoord. Zet de Active om in een Passive.

Deel 12: Present Simple of Past Simple?

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies of je het werkwoord in de Present Simple Passive of in de Past Simple Passive zet.

Deel 13: Alle tijden door elkaar

Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef IOef JOef KOef LOef MOef NOef OOef POef QOef ROef SOef TOef UOef V
Uitleg: Genoeg oefeningen op het moeilijkste niveau. In elke oefening zitten zinnen in verschillende belangrijgke tijden. Het is nu aan jou om deze in de correcte Passive te zetten.

Deel 14: Twee lijdend voorwerpen? Twee mogelijke Passives.

Oefening AOefening B
Uitleg: Zowel een lijdend voorwerp als meewerkend voorwerp kan in de Passive het onderwerp van de zin worden. Bij oefening A mag je zelf kiezen, bij oefening B moet je het dikgedrukte gebruiken als het nieuwe onderwerp van de Passive zin.

Deel 15: Vragen in de Passive

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Het is een kwestie van klikken. Klik in de juiste volgorde op de woorden om goedlopende vraagzinnen te krijgen die in de Passive staan.

Deel 16: Wat is het meest logisch? Passive of Active?
Oefening A
Uitleg: Maak de zin af. Gebruik het werkwoord tussen haakjes voor een Present Simple Active of Present Simple Passive.

Deel 1: Kies de juiste vervoeging van to be

Oefening A
Uitleg: De Past Continuous bestaat uit de verleden tijd van to be + werkwoord+ing.
Kies steeds tussen ‘was’ of ‘were’.

Deel 2: Eerst spelling van het werkwoord dan -ing.

oefening A
Uitleg: Voordat je zomaar -ing achter het werkwoord kunt zetten moet je het werkwoord iets aanpassen qua spelling.

Deel 3: Vragen en Ontkenningen in de Past Continuous (PC)

oefening A
Uitleg: Gebruik de eerste tien werkwoorden in bevestigende zinnen.
Zet de laatste tien werkwoorden om in ontkennende zinnen.

oefening B
Uitleg: Sleep de antwoorden naar de juiste vragen in de Past Continuous.

Deel 4: Past Simple en Past Continuous
oefening A
Uitleg: Sleep de zinnen in de Past Simple naar het bovenste vlak en
de zinnen in de Past Continuous naar het onderste vlak.

oefening B
Uitleg: De Past Continuous kom je vaak samen met de Past Simple tegen.
Zet de rechterblokken (PC) achter de juiste blokken links (PS).

oefening C
Uitleg: Maak van elke zin een vraag in de Past Continuous.

oefening Doefening E
Uitleg: Sleep de antwoorden naar de juiste zinnen.

oefening Foefening Goefening Hoefening Ioefening Joefening Koefening Loefening Moefening N
Uitleg: Kies voor de Past Simple of de Past Continuous.
Tip: Zie het verhaal dat je leest voor je en koppel de gebeurtenissen aan de juiste tijd.

Deel 1: Eerst de Past Simple opfrissen

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Meerdere onderdelen, onderaan kun je de antwoorden controleren.

Deel 2: Dan de Present Perfect opfrissen

Oefening AOefening BOefening C
Zet de werkwoorden tussen haakjes in de Present Perfect. Kies tussen has en have en zet het werkwoord in de voltooide tijd. Bij oefening B staan er 4 oefeningen onder elkaar.

Deel 3: Werkwoorden in de voltooide vorm

Oefening A
Uitleg: Geef de voltooide tijd van deze regelmatige en onregelmatige werkwoorden.

Deel 4: Woordvolgorde

Oefening A
Uitleg: Zet de losse woorden onder op de juiste plek in de zin. Klik op het groene bolletje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 5: Mix and Match

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Zet in oefening A, B en C de zinnen rechts achter de juiste zinnen links. Zet in oefening D en E de Past Perfect-constructies in de juiste zin. Klik op het groene bolletje om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 6: Zet de werkwoorden in de Past Perfect

Oefening A
Uitleg: Zet het werkwoord tussen haakjes in de Past Perfect. Klik onderaan op Check Answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 7: Past Perfect vragend en ontkennend
Uitleg: Gebruik nu de Past Perfect in bevestigende, ontkennende en vragende zinnen.

Vraagzinnen
Oefening AOefening B

Ontkenningen
Oefening COefening D

Door elkaar
Oefening EOefening FOefening GOefening HOefening I

Deel 8: Kies de Past Simple of Past Perfect

Oef AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef I
Uitleg: Zet in elke zin het werkwoord tussen haakjes in de Past Simple (1 werkwoord, verleden tijd) of de Past Perfect (had + voltooid deelwoord)

Deel 9: Maak van twee zinnen 1 met because

Oefening A
Uitleg: Er staan twee gebeurtenissen beschreven; een oorzaak en een gevolg. Gebruik het woord because em van de twee zinnen 1 te maken. En zet de zinnen in de juiste tijd; Past Simple en Past Perfect. 


Deel 1: De verleden tijd van zijn (to be)

Oefening A
Uitleg: Kies steeds tussen ‘was’ of ‘were’.

Deel 2: Keep it Simple

oefening Aoefening Boefening Coefening D
Uitleg: Zet de werkwoorden in de verleden tijd.

Deel 3: Mix en match

Oefening A
Uitleg: Sleep de blokken rechts tegen de juiste blokken links zodat je logische zinnen hebt.

Deel 4: Match vraag en antwoord

Oefening A
Uitleg: Sleep de antwoorden rechts tegen de juiste vragen links zodat je logische reacties hebt.

Deel 5: Zet in de juiste volgorde

Oefening A
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde zodat je goedlopgende vragen hebt in de Past Simple.

Deel 6: Schrijf de vraag bij het antwoord (moeilijk)

Oefening A
Uitleg: Lees het antwoord en typ de vraag die erbij hoort.

Deel 7: Geef de ontkennende vorm van het werkwoord in de verleden tijd

Oefening Aoefening B
Uitleg: Zet het werkwoord om in een ontkenning. Denk er aan; hoofd- en hulpwerkwoorden!

Deel 8: Vragen en ontkenningen in de verleden tijd

Oefening A
Uitleg: Maak van elke zin een ontkenning of vraag. Let op! In de verleden tijd natuurlijk.

Deel 9: Doe de toets

toets 1toets 2toets 3
Uitleg: Meerdere onderdelen, onderaan kun je de antwoorden controleren.

link
Teveel om te leren! Maar je zult er genoeg wel (moeten) weten.

Deel 1: Persoonlijke voornaamwoorden, Multiple Choice
Oefening AOefening B
Uitleg: Kies het juiste persoonlijke voornaamwoord uit de mogelijkheden die past bij de naam die tussen haakjes staat of.

Oefening COefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: Kies het juiste persoonlijke voornaamwoord die past bij de zin/dialoog.

Deel 2: Persoonlijke voornaamwoorden, zelf schrijven
Oefening AOefening B
Uitleg: Schrijf/typ het juiste persoonlijke voornaamwoord dat past bij de naam die tussen haakjes staat.

Oefening COefening D
Uitleg: Schrijf/typ het juiste persoonlijke voornaamwoord die past bij de zin/dialoog.

Deel 3: Bezittelijke voornaamwoorden, Multiple Choice

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies het juiste bezittelijk voornaamwoord dat past bij de zin.

Deel 4: Bezittelijke voornaamwoorden, zelf schrijven
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: Schrijf/typ het juiste bezittelijk voornaamwoord dat past bij de zin. Klik bij oefening G op Vérifier voor de antwoorden.


Deel 1: Kies de juiste vorm van to be

Oefening A
Uitleg: De present continuous bestaat uit to be + werkwoord(+ing).
Kies hier de juiste vorm van to be (am, is, are).

Deel 2: Maak een zin in de Present Continuous

Oefening AOefening B
Uitleg: Zet het gegeven werkwoord om in een Present Continuous.
Kijk goed naar het onderwerp van de zin voor de vervoeging van to be.

Deel 3: Goed vs Fout

Oefening A
Uitleg: Kies de zin die grammaticaal klopt.

Deel 4: Zet de woorden in de juiste volgorde

Oefening A
Uitleg: Klik op de rood onderstreepte woorden om bovenaan de pagina een goedlopende zin in de Present Continuous te zetten.

Deel 5: Present Simple of Present Continuous

Oefening AOefening B
Uitleg: Zet de werkwoorden tussen haakjes in de tegenwoordige tijd (Present Simple) of in de duurvorm (Present Continuous)
Tip: zoek naar signaalwoorden of andere indicatoren die laten zien of het NU betreft (PC) of feiten/gewoonten/regelmaat (PS).

Deel 6: Twee oefeningen in één

Oefening A
Uitleg: Zet bij de eerste oefeningen de werkwoorden in de Present Continuous.
Bij de tweede oefening zet je de woorden in de juiste volgorde door er op te klikken.

Deel 7: Veel oefeningen om uit te kiezen

Oefening A
Deze pagina biedt een diversiteit aan oefeningen via websites of PDF’s.

Deel 1: Wanneer gebruik je have en has in de Present Simple

Oefening AOefening B
Uitleg: Met deze oefening test je of je weet wanneer je have en wanneer je has gebruikt. Kies steeds het juiste antwoord uit twee keuzes. Heb je het begrepen? Ga dan naar deel 2.

Oefening C
Uitleg: Met deze oefening test je of je weet wanneer je have en wanneer je has gebruikt. Typ het juiste antwoord in elke regel. Heb je het begrepen? Ga dan naar deel 2.

Deel 2: Zet de zinnen in de Present Perfect

Oefening AOefening BOefening C
Zet de werkwoorden tussen haakjes in de Present Perfect. Kies tussen has en have en zet het werkwoord in de voltooide tijd. Bij oefening B staan er 4 oefeningen onder elkaar.

Oefening DOefening EOefening F
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde en de zin in de Present Perfect tense (=tijd).

Deel 3: Vragen en ontkenningen in de Present Perfect

Oefening A
Uitleg: Gebruik alle woorden die je krijg voor een vraagzin in de Present Perfect. Let op! Het werkwoord moet nog vervoegd worden naar de Present Perfect tense.

Oefening B
Uitleg: Gebruik nu een WH-question word (Which, What, etc.) om een vraag te maken in de Present Perfect. Zorg dat je met je vraag antwoord krijgt op wat in de zin links dikgedrukt staat.

Oefening C
Uitleg: Gebruik alle woorden die je krijg voor een ontkennende zin in de Present Perfect. Let op! Het werkwoord moet nog vervoegd worden naar de Present Perfect tense.

Deel 4: Signaalwoorden voor de Present Perfect

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies steeds tussen de signaalwoorden for (voor, al) en since (sinds, vanaf).

Oefening D
Uitleg: Zet de zinnen in de Present Perfect. Denk goed na waar je het signaalwoord never in elke zin plaatst.

Deel 5: Loch Ness

Oefening A
Uitleg: Beantwoord de vragen over het Loch Ness meer en monster in Schotland. Gebruik in je antwoorden de Present Perfect

Deel 6: Kiezen: Past Simple of Present Perfect

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Kies nu steeds of de gebeurtenis voorbij is (Past Simple) of dat de gebeurtenis nog bezig is/invloed of effect heeft. Succes!

Deel 7: Doe de test

Test ATest BTest C
Uitleg: Een hele hoop verschillende oefeningen bij elkaar. Allemaal gaan ze over de Present Perfect. Ze zijn alle 3 even makkelijk/moeilijk.

Deel 8: Niet genoeg gehad? Hier nog veel meer

Meer oefeningen 1meer oefeningen 2

Deel 1: Meerkeuze vragen

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste vervoeging van het werkwoord.

Deel 2: Verplaats de blokken

Oefening A
Uitleg: Sleep de rechter blauwe blokken naar de juiste blokken links.

Deel 3: Vul de tabel in

Oefening A
Uitleg: Geef de bevestigende, vragende en ontkennende zin.

Deel 4: Zet in de juiste volgorde

Oefening A
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde en pas waar nodig het werkwoord aan.

Deel 5: Signaalwoorden voor de Present Simple

Oefening A
Kies in elke regel één goed antwoord (oefeningen onderaan).

Deel 6: Kies de juiste vorm van to be/to have

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies steeds voor een Engelse vorm van zijn of hebben.

Deel 7: Doe de complexe toets

test 1test 2
Uitleg: Kies zelf hoe lang je toets is en over hoeveel onderdelen deze beschikt. Doe vervolgens de toets.

Deel 8: Extra oefeningen

22 extra oefeningen
Uitleg: Kies je voor digitaal, dan kun je je antwoorden door de computer laten controleren. Open je de PDF dan staan de antwoorden onderaan de laatste pagina.

Deel 1: Uitspraak van getallen 1-12

Oefening A
Uitleg: Klik op de getallen om de juiste uitspraak te horen.

Deel 2: Schrijf de getallen uit

Oefening A
Uitleg: Laat zien dat je weet hoe je de getallen schrijft.

Deel 3: Rangtelwoorden

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Match de uitgeschreven rangtelwoorden met de cijferversie.

Oefening DOefening EOefening F
Uitleg: Schrijf de juiste rangtelwoord voluit in het Engels op.[/fusion_toggle][fusion_toggle title=”Deel 4: Doe de test” open=”no”]Test
Uitleg: Nu krijg je continu een willekeurig rangtelwoord (ordinal) of telwoord (cardinal) dat je in het Engels moet uitschrijven. Je kunt kiezen of je getallen wilt tussen 1-10, 1-100, 1-1000 en 1 t/m 1.000.000! Klik steeds op New Number om een nieuw getal te krijgen.


Deel 1: Multiple Choice

Oefening AOefening B
Uitleg:Kies de juiste constructie die de vergelijking compleet maakt. Klik bij oefening A onderaan op Grade me! om te zien hoe je het hebt gedaan. Bij oefening B op Check Answers.

Deel 2: Zelf typen

Oefening A
Uitleg: Maak de vergelijking compleet. Gebruik in oefening 1 steeds I (=ik) in je antwoord. Gebruik in oefening 2 steeds de extra naam die tussen haakjes staat. Klik onderaan op DONE! om te zien hoe je het hebt gedaan.
Oefening B
Uitleg: Maak de vergelijking compleet met so of neither. Nor is in deze oefening niet mogelijk. Let op de persoon die al aan het einde van de zin staat. Klik onderaan op click here to check your answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 3: 3 oefeningen in 1 test

Test
Uitleg: Scrol iets naar beneden voor drie oefeningen. Oefening 1: Kies de juiste constructie om de vergelijk kloppend te maken. Oefening 2: Schrijf zelf de vergelijk. Let op! Je bent steeds wat de ander ook is. Is de zin een bevestigende zin, dan ben jij het ook. Is de zin een ontkennende zin, dan ben jij het ook níet.

Deel 4: So, Neither/Nor of Either

Oefening A [MOEILIJK!]Oefening B [MOEILIJKER!]
Uitleg:Naast so, neither/nor mag er nu ook gekozen worden voor either (Oefening A) of either, both, and, or en so.

Deel 1: Kiezen tussen some of any

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies some of any door op het balkje te klikken.

Oefening D
Uitleg: Kies some of any door op ‘A’ of ‘B’ te klikken.

Oefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Typ some of any.

Deel 2: Kiezen tussen some of any in vragen en ontkenningen

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies some of any door op het balkje te klikken.

Deel 3: De uitzonderingen

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Kies some of any door op het balkje te klikken.

Deel 4: someone/something/somewhere en anyone/anything/anywhere

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies steeds uit twee samenstellingen met some of any door op het balkje te klikken.

Oefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies steeds een samenstelling met some of any door op het balkje te klikken.


Deel 1: Kies some of any

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Kies bij deze vier oefeningen steeds uit some of any. Bij oefening A en B Multiple Choice, oefening C en D zelf schrijven. 🙂

Deel 2: Multiple choise – Kies some, any of samenstellingen

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Kies bij deze vier MC-oefeningen steeds het juiste antwoord. Nu ook samenstellingen zoals something, anywhere, etc.

Deel 3: Bedenk en schrijf het juiste antwoord

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Bedenk bij deze vijf oefeningen zelf het juiste antwoord. Lees de instructie bij de oefeningen goed door, bij elke oefeningen heb je weer andere keuzes. Niet schrikken bij oefening E; links staat wellicht Duitse uitleg, maar rechts staat een prima Engelstalige oefening.


Deel 1: Herken de tijd

Oefening A
Uitleg: In welke tijd staat elke zin? Kies uit de mogelijkheden erachter.

Deel 2: Signaalwoorden

Oefening A
Uitleg: Kies de tijd bij het signaalwoord(en).

Deel 3: Present Simple of Present Continuous

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening HTest 1Test 2
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 4: Present Simple, Present Continuous, Present Perfect of Past Simple

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 5: Present Simple, Present Continuous, Present Perfect of Past Simple

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 6: Past Simple of Past Continuous

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 7: Past Simple of Present Perfect

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Oefening I
Uitleg: Kies de juiste tijd. Vraag 9 (eerste antwoord) hoef je niet te kunnen.

Deel 8: Past Simple of Past Perfect

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Oefening C
Uitleg: Kies de juiste tijd. Vraag 5 (2e antwoord), vraag 8 (eerste antwoord) en vraag 10 (tweede antwoord) hoef je niet te kunnen.

Deel 9: Past Simple, Present Perfect, Past Perfect

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 10: Past Simple, Past Continuous of Present Perfect

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 11: Past Simple, Past Continuous of Past Perfect

Oefening AOefening BOefening Coefening Doefening E
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 12: Present Perfect of Past Perfect

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 13: 5 tijden mix: Present/Past Simple en Continuous + Present Perfect

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 14: 6 tijden mix: Present/Past Simple, Continuous en Perfect

Oefening A
Uitleg: Kies uit de juiste tijd. Zin 1-10-12-21 hoef je niet te kunnen in de onderbouw.

Oefening B
Uitleg: Oefening 1: kies de juiste tijd (MC). Oefening 2: Match vraag met antwoord. Oefening 3: Maak de zin vragend (?), ontkennend (-) of bevestigend (+).

Oefening COefening D
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Oefening E
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Let op! Eén keer will + werkwoord!

Oefening FOefening G
Uitleg: Bij oefening F hoef je vraag 11, 17, 19 niet te kunnen. Bij oefening G is dat 2, 5, 7 en 8. Mag wel natuurlijk. 🙂

Deel 15: Mixed tenses + Future (will – to be going to)

Oefening A
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

Deel 16: Uitdaging: Present/Past Simple, Continuous en Perfect EN MEER…

Oefening E – Oefening F  – Oefening COefening D
Uitleg: Kies de juiste tijd bij elk werkwoord. Lees goed de zin, begrijp hem en zoek naar signaalwoorden of andere ‘hints’.

BONUS: Hangman

Galgje met tijden
Uitleg: Klik op de letters om ze op de open plek in te vullen. Verbruik niet teveel kansen of je bent af. Gelukkig kun je altijd opnieuw proberen.

Deel 1: Multiple Choice

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies het juiste antwoord uit de gegeven mogelijkheden.

Deel 2: Schrijf het juiste antwoord op

Oefening A
Uitleg: Zet het gegeven bijvoeglijk naamwoord/bijwoord in de juiste trap; vergrotend of overtreffend.

Oefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Vul de tabel in. Oefening B is de makkelijkste en oefening E is de moeilijkste oefening.

Deel 3: as….as

Oefening A
Uitleg: Maak de vergelijking compleet, gebruik het bijvoeglijk naamwoord/bijwoord tussen haakjes. Hier zijn beide partijen gelijk. Dan zeg je in het Engels bijvoorbeeld: as… as…

Deel 4: trappen van vergelijk in context

Oefening A
Uitleg: Vind nu het juiste antwoord door de zin links te gebruiken voor je antwoord rechts.

Deel 5: Met een korte tekst: Londen, Los Angeles

Oefening AOefening B
Uitleg: Lees de tekst en gebruik in je antwoord een trap van vergelijking.

Deel 1: Kies uit and en but

Oefening A
Uitleg: Tien zinnen met een lege plek. Zet in elk blokje and of but. Klik onderaan op de gele balk om te zien hoeveel je er goed hebt.

Deel 2: Kies uit and, but, because

Oefening A
Uitleg: Zet onder elke afbeelding het juiste linking word in de zin. Kies bij de zinnen steeds de juiste optie.

Deel 3: Kies uit so, and, but, because

Oefening A
Uitleg: Kies steeds uit 4 mogelijkheden. Klik onderaan op DONE! om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 4: Kies uit and, but, so, or, as, although

Oefening A
Uitleg: Schrijf het juiste antwoord op. Klik onderaan op DONE om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 5: Kies een linking word voor een tegenstelling: but, though, although, even though, however, etc.

Oefening A
Uitleg: Gebruik de twee gegeven zinnen in de lege balk. Let op het linkin word waarmee de zin begint. Klik onderaan op DONE voor de goede antwoorden.
Oefening B
Uitleg: Scrol naar beneden voor de oefening. Klik op de blauwe knop Start om te beginnen. Kies steeds tussen A, B of C.

Deel 6: Multiple Choice: 6 oefeningen

Oefening A
Uitleg: Kies steeds uit so, because.
Oefening B
Uitleg: Kies steeds uit but, because, and.
Oefening C
Uitleg: Kies steeds uit but, however, so, because, and.
Oefening D
Uitleg: Kies steeds uit and, but, too(=ook).
Oefening EOefening F
Kies steeds het juiste linking word voor tegenstellingen; though, although, also, so, in spite of, despite.

Deel 7: Moeilijk!

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Achter elke zin kun je kiezen uit een hele hoop linking words. Kies wat jij denkt dat de juiste is en klik onderaan op check om te zien hoe je het hebt gedaan.
Oefening A
Kies en schrijf het juiste linking word.

Deel 8: Voegwoorden – Multiple Choice

LET OP: Het gaat nu om Linking words, tijdsaaanduiders en betrekkelijke voornaamwoorden.

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Kies steeds het juiste antwoord. Om je antwoorden te controleren klik je bij oefening A op check, bij oefening B en C krijg je meteen feedback als je op A, B, C, D of E klikt. Bij oefening D klik je onderaan op Check Answers.

Oefening EOefening FOefening GOefening HOefening IOefening JOefening KOefening L
Uitleg: Zet jouw antwoorden op papier. Scrol naar beneden voor de goede antwoorden.

Deel 9: Voegwoorden – Zelf bedenken en typen
LET OP: Het gaat nu om Linking words, tijdsaaanduiders en betrekkelijke voornaamwoorden.

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Gebruik het juiste linking word, tijdsaanduider of betrekkelijk voornaamwoord. Pas als je het juiste antwoord hebt getypt zal de knop Check je goede antwoord dikgedrukt maken. Geef je het verkeerde antwoord dan gebeurt er niets.

Deel 10: Nog meer oefeningen

To Learn English

Deel 1: Locatie van een object
Een muis en een stuk gatenkaas
Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Vul onder elke afbeelding het juiste voorzetsel in (kan meer dan 1 woord zijn). Klik links onder op Click here voor de goede antwoorden (die zie je dan rechts) en je score.

Een bal en een doosje
Oefening EOefening F
Uitleg: Bovenaan de pagina, in het midden zie je een afbeelding met 20 verschillende scenario’s. Match de verschillende posities van het rode balletjes met de voorzetsels. Sleep deze naar de juiste letter links en klik op Check your answers om te zien hoe je het hebt gedaan.

Waar is Bart?
Oefening G
Bekijk de afbeelding en lees de zin. Klik voor het juiste antwoord steeds op A, B, C of D en zie aan de smiley links of het goed is. Druk op pijltje (midden pagina in het grijs) voor de volgende vraag.

Waar gaat de hond naartoe?
Oefening H
Bekijk de afbeelding en lees de zin. Kies steeds 1 van de 4 opties en klik op Check Solution om te zien of het goed is. Klik vervolgens op Next Question voor de volgende vraag.

Kies het juiste voorzetsel
Oefening I
Steeds drie afbeeldingen met een stukje tekst. Kies steeds drie van de zes voorzetsels. Sleep ze naar de opening, je ziet meteen of je het goed hebt gedaan. Links boven is nog een Part 2 en een Part 3.

Deel 2: Voorzetsels die bij een werkwoord horen (prepositional phrases)
Oefening COefening DOefening EOefening FOefening GOefening H
Uitleg: Vul in elke zin het juiste voorzetsel in. Klik onderaan op Check your answers om te zien hoe je het hebt gedaan. Kom je er niet uit, kun je onderaa op Hint klikken om een letter van het goede antwoord te krijgen.

Oefening IOefening JOefening KOefening L
Uitleg: Bovenaan staat dikgedrukt uit welke voorzetsels je steeds mag kiezen. Wanneer je ze allemaal hebt ingevuld klik je onderaan op Check om te zien of ze goed zijn.

Oefening OM/a> – Oefening NOefening O
Uitleg: Elke zin heeft een open plek (niet goed zichtbaar), daar kun je het missende voorzetsel invullen. Klik op Check om te zien of het goed is.

Oefening P
Uitleg: In het eerste deel van de oefening vul je een voorzetsel in. In het tweede deel mag je de dikgedrukte woorden vervangen met een werkwoord + voorzetsel-constructie. Klik onderaan op DONE om te zien hoe je het hebt gedaan.

Deel 3: Oefeningen met voorzetsels rond thema’s

BusesA PictureA PhotographThe WampanoagGeorge WashingtonHenry FordMcDonald’sUluru
Uitleg: Vul op de streepjes de juiste voorzetsels in. Klik onderaan op Check answers voor de juiste antwoorden. Je kunt kiezen voor 1) Verkeerde antwoorden aangeven, 2) Foute antwoorden vervangen met goede antwoorden of 3) Alle goede antwoorden laten zien.

Deel 4: Nog veel meer oefeningen met prepositional phrases

English-HilfenEnglish-4UEnglish PageAgendaWeb
Uitleg: Vier websites met samen honderden oefeningen.

Deel 1: Prepositions of Place

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies steeds tussen de voorzetsels at, on en in.

Oefening GOefening H
Uitleg: Kies nu tussen de voorzetsels at, on en in, maar ook to en by.

Oefening I
Uitleg: Kies nu tussen de voorzetsels at, on en in, maar ook into en by.

Deel 2: Prepositions of Time

Oefening AOefening BOefening COefening D
Uitleg: Kies steeds tussen de voorzetsels at, on en in.

Deel 3: Prepositions of Time and Place together

Oefening AOefening B
Uitleg: Oefening A bevat 4 oefeningen. Kies steeds tussen de voorzetsels at, on en in.

Deel 4: Schepje erboven op

Oefening A
Uitleg: In deze oefeningen moet je niet alleen kiezen uit at, on en in. Maar ook andere voorzetsels komen aan bod. Dit zijn extra oefeningen voor als je uitdaging zoekt.

Deel 1: Hulpwerkwoorden – Vragen maken

Oefening A
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde.

Oefening B
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deel 2: Hoofdwerkwoorden – Vragen maken

Oefening AOefening B
Uitleg: Kies bij elke vraag of je de zin begint met ´do´ of ´does´.

Oefening C
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door ze te slepen naar de blauwe stippellijn.

Oefening D
Uitleg: Zet in het eerste blok een vorm van to do en in het tweede blok het hele werkwoord.

Oefening E
Uitleg: Zet het werkwoord en het onderwerp dat tussen haakjes staat vooraan. Begin elke vraag met een vorm van to do.

Oefening F
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde en zet een vorm van to do vooraan.

Deel 3: Hoofdwerkwoorden – Ontkenningen maken

Oefening A
Uitleg: Maak de ontkennende zinnen compleet. Gebruik het hoofdwerkwoord uit de bevestigende zin.

Oefening BOefening C
Uitleg: Gebruik de woorden om een goedlopende ontkennende zin te maken in de Present Simple.

Oefening D
Uitleg: Gebruik de woorden om een goedlopende ontkennende zin te maken in de Past Simple.

Oefening E
Uitleg: Gebruik de werkwoorden die helemaal rechts staan om de zinnen links ontkennend te maken.

Oefening FOefening G
Uitleg: Maak van elke zin een ontkenning. Let op! Ze staan allemaal in de tegenwoordige tijd. En zinnen met een vorm van to be staan er ook een paar keer tussen; hulpwerkwoord!

Deel 4: Hulp- en hoofdwerkwoorden door elkaar

Oefening AOefening B
Uitleg: Klik op de groepen woorden om ze in de juiste volgorde te zetten zodat ze een vraag vormen.

Oefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Vul/Kies het juiste werkwoord in.

Oefening GOefening HOefening IOefening J
Uitleg: Zet de zin links om in een ontkenning. Vul daarvoor alleen de ontkennende vorm van het werkwoord in op de witte balk.

Oefening KOefening LOefening M
Uitleg: Maak van elke zin een ontkenning. Let op de tijd waarin de zin staat en de werkwoorden die worden gebruikt.

Oefening N
Uitleg: Zet de eerste 5 zinnen om in een vraag, de laatste 5 in een ontkenning.


Deel 1: Meerkeuze vragen

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening F
Uitleg: Kies het juiste vragend voornaamwoord.

Deel 2: Woordvolgorde in een vraagzin

Oefening AOefening B
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde om een goedlopende vraag te maken.


Deel 1: What of Which

Oefening AOefening BOefening COefening DOefening E
Uitleg: Kies de juiste vervoeging van het werkwoord.

Deel 1: Klik ze in de juiste volgorde
Oefening AOef BOef COef DOef EOef FOef GOef HOef I
Uitleg: Zet de woorden in de juiste volgorde door op ze te klikken. Druk op Check om te zien of je het goed hebt gedaan.

Oefening J
Uitleg: Kies bij deze Multiple Choice oefening steeds de zin waarin de woorden in de juiste volgorde staan.

Deel 2: Schrijf ze in de juiste volgorde
Oefening AOefening BOefening COefening DOefening EOefening FOefening G
Uitleg: Schrijf de woorden over en zet ze in de juiste volgorde.

Deel 3: Doe de test
Test 1
Uitleg: Kijk of je het hebt begrepen. Doe een toets. Kies zelf hoe lang deze is.


Deel 1: Kiezen

Oefening A
Uitleg: Schrijf het juiste antwoord op. Je kunt kiezen tussen would, would like, would love en wouldn’t like. Klik onderaan op DONE voor de juiste antwoorden.

Deel 2: Na would like to of would love to komt altijd het hele werkwoord. Of het nu bevestigende, vragende of ontkennende zinnen zijn.

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies de juiste volgorde van woorden en klik op Check answer voor de antwoorden.

Deel 3: Wanneer kies je like en wanneer kies je would like?

Oefening AOefening BOefening C
Uitleg: Kies de juiste antwoorden.


Foto's van: Unsplash en Getrefe.